|
Raf Ceustermans,
°2-1-1982
woont te Veerle-Laakdal
1 Schepenregisters:
Volgende schepenregisters van de hoge heer zijn bewaard van de 15de eeuw:
nr. 4: 1527-1543
nr. 5; 1543-1553
nr. 6: 1553-1557
nr. 7: 1571-1586
nrs 8-11: 1586-1615
Voorlopig zijn nr. 4 en nr. 6 bewerkt, 7 wordt voorbereid. De schepenregisters bevatten erfdelingen, rechtszaken, aanstellingen van voogden voor wezen en weduwen voor heel Vorst.
De schepenregisters bevatten ook de pandstellingen en verkopen van gronden die onder de 'hoge heer' vielen, in deze periode de prinsen van Oranje, en gronden onder de heerlijkheid Vogelerije. Samen beslagen ze ongeveer de helft van het grondgebied van Vorst (de andere helft vind men terug in de schepenregisters van het Hof Ter Galen).
2 Hoogen en laaghen van beden.
Deze bundel bevat het hooghen en laaghen van beden van ca. 1590-1660. 2X per jaar, met St. Jansmis en Kerstmis, werd ieders aandeel bepaald in de bede (=belasting) die Vorst moest betalen aan de hogere overheid.
Dat aandeel werd bepaald door de hoeveelheid, en kwaliteit grond die men gebruikte.
Iedereen moest op deze 2 dagen aangeven welke grond hij verworven of verkocht had, en de secretaris noteerde in een boek wiens aandeel in de bede moest 'gehooght' of 'gelaaght' worden. De bundel is vooral interessant doordat hij ook 'scheydinghe en deylinghe van de beede' bevat, dit was de verdeling van de bede tussen de erfgenamen, als een bedebetaler overleden was.
Hieruit kunnen veel gezinnen samengesteld worden, net in een periode waarin schepenaktes grotendeels ontbreken.
Aangezien de bede opgehaald werd per gehucht, noteerde de secretaris in de marge de gehuchten waar de bedebetalers woonde (s = Steenbergen, p = Plaetse, b = Beustereinde, L = Locht, h = Heide, M = Meerlaer, T = Terboickt).
Ook personen die niet in Vorst woonde moesten betalen voor gronden die zij hier hadden, en bij hun duid de letter het gehucht aan waar ze betaalden.
|